Het groene goud

Op eigen erf telen wij 228 biologische olijvenbomen. Deze groeien zonder bestrijdingsmiddelen, kunstmest of andere chemische middelen. We geven ze niet eens water: “De wortels moeten zelf hun water zoeken”, aldus mijn opa.

Zo rond september, oktober gaan de olijven groeien en kleuren ze groen dan zijn ze klaar om geplukt te worden. Als je langer wacht drogen ze wat uit en wordt de smaak pittiger en geconcentreerder, dat kan ook erg lekker zijn maar wij kiezen ervoor dat niet te doen.

Om de olijven te plukken heb je een goed team nodig van gezellige mensen. De olijven wil je graag in korte tijd plukken zodat de olijven niet gaan uitdrogen en hierdoor minder olie gaan geven. Onder de boom leggen wij een groen, fijnmazig net waar de olijven in kunnen vallen. Zodra de 228 olijven bomen zo goed als leeg zijn, halen we zoveel als mogelijk zelf de takjes van de olijven en verzamelen we alle olijven in kratten. Dan zijn ze klaar om naar de perser te gaan. In 2020 brachten wij 23 kilo olijven naar de perser. Hier gaan de olijven door een molen om de laatste restjes takjes en blaadjes eruit te vissen. Hierna worden ze nog één keer schoongemaakt, waarna de olijven worden gemalen tot een pasta. Van die pasta wordt er olijfolie getrokken; extra vierge olijfolie. De uitkomst:
5 personen (Nonno, Nonna, mijn ouders, zus + vriend)
228 olijfbomen
23 kilo olijven
5 liter heerlijke biologische olijfolie

Nadat de olijven geplukt zijn snoeit mijn opa de bomen en ruimen wij de takken op.
Wellicht valt het je in oktober op dat je regelmatig rook ziet, dit zijn de gesnoeide
olijventakken. De takken verbranden we. Ook hier maken we altijd iets leuks van,
dit is tevens de afsluiting van het olijfseizoen. We proosten op een vruchtbaar jaar en dat
de volgende oogst net zo lekker mag zijn.