Carpaccio van rode gamba’s

Ooit Spaans, maar ik zie het tegenwoordig op steeds meer Sardijnse menukaarten. En terecht. Want rauwe gamba’s, goed bereid, zijn echt bizar lekker. Fris, zacht, puur en zo klaar.
En eerlijk? Ik ben zó klaar met die standaard tonijn- of zalmtartaar met avocado. Waarom altijd die godsklere avocado erbij? Rauwe vis heeft van zichzelf al zoveel smaak. Waarom zou je dat verdoezelen? Soms vraag ik me echt af of mensen slechte vis proberen te verbergen.
Een goede tartaar heeft geen camouflage nodig. Verse gamba’s, een scheut van mijn fruttato olijfolie, wat Sardijns zeezout en wat limoen rasp.
Ingrediënten (voor 2 personen)
6–8 rauwe rode gamba’s (gambero rosso), bij voorkeur uit de diepvries van goede kwaliteit
2 el extra vierge olijfolie fruttato van Avanti Natalie
Flinke snuf Sardijns zeezout
Versgemalen zwarte peper
Rasp van een ½ biologische limoen
Optioneel: een paar blaadjes verse munt of basilicum, wat flinterdunne plakjes venkel of een klein beetje chiliolie
Zo maak je het
Laat de gamba’s ontdooien in de koelkast als je bevroren exemplaren gebruikt. Pel ze en verwijder het darmkanaal.
Snijd de gamba’s in de lengte doormidden en leg ze tussen twee vellen bakpapier of plasticfolie.
Druk ze voorzichtig plat met een deegroller of je handpalm tot een dunne carpaccio.
Leg ze op een koud bord.
Sprenkel de olijfolie erover, rasp er limoenschil boven, bestrooi met het zeezout en wat zwarte peper.
Serveer meteen, eventueel met wat blaadjes munt of venkel voor wat extra frisheid.